De dresscode van extreemrechts is geen toeval

Ze zijn, als je naar hun kleding kijkt, het type man van wie je een stofzuiger zou kopen, misschien zelfs een encyclopedie. Dankzij dat nette maatpak, een handelsmerk van extreemrechts bij kopstukken in heel Europa. De uniforme kledingstijl is geen toeval: “Daarmee zetten ze zich af tegen de ‘moderne zotternijen’ van de diversiteit.”

Natuurlijk zijn er wel meer politici die een maatpak dragen. Maar zelden is het plaatje zó totaal als bij Tom Van Grieken (32), Dries Van Langenhove (26) en Thierry Baudet (36, Nederland, Forum voor Democratie). Gladgeschoren of modieus getrimd. Sportief, “de beste versie van zichzelf”. Hetzelfde geldt voor Jordan Bardella (23), Rassemblement National, Frankrijk). Altijd een das, soms een gilet en pochet. Klaar voor het galabal, ten allen tijde. Modebewust, dat ook. Zo tweet Baudet wel eens over een aankoop, zoals in 2017: “Nieuw pak bijna klaar. Jaren 20 Great Gatsby stijl, inclusief dubbele bandplooi en paisley voering.” Kortom, geen vodden.

Softe types op sandalen
“Het is bijna een kledingcode”, legt cultuursocioloog Walter Weyns (UAntwerpen) uit. “Ze straalt solide waarden uit. Kwaliteit. Nostalgie. Daarmee zetten ze zich af tegen de bontheid die een kenmerk is van diversiteit. Metroseksuele mannen die make-up gebruiken of fuchsia dragen? Niet bij hen. Genderfluïditeit waarbij de grens tussen man en vrouw vervaagt? Neen, bedankt. Softe types op sandalen? Neen, net zoals de regenboogkleuren van de LBGT-gemeenschap. Niet te exuberant is het motto. Het is de kledij die autoverkopers vroeger droegen, om vertrouwen uit te stralen.” Nochtans zou je denken: partijen die opkomen voor ‘de gewone man’, en zich afzetten tegen ‘de elite’, die hebben toch weinig aan een maatpak? Dan is casual kledij toch vandoen? Een T-shirt? “Neen. Want met casual, doe-maar-op-kleding creëer je niet de ‘huisstijl’ waar ze naar streven. Ze willen herkenbaar zijn, in alle opzichten: als politicus, als Vlaming, als vént. Dat doe je het makkelijkst met een pak. Een deel van de Vlamingen vindt daarin rust en vertrouwen.” 

Nette kleding heeft nog een voordeel, weet Christ’l De Landtsheer, die zich als prof aan de UAntwerpen in politieke communicatie verdiept: “Als je een boodschap brengt die als ‘vuil’ of ‘bruin’ wordt bekritiseerd, doe je er verstandig aan om proper voor de dag te komen. Een vuile mens die vuile praat verkondigt: die valt makkelijk weg te wuiven. Complexer wordt het bij een erudiet uitziende mens die minder erudiete dingen zegt. Door dat contrast kan men zich meer permitteren.”