N-VA geeft 800.000 gepensioneerden gemiddeld 1.125 euro extra per jaar

N-VA wil de band tussen werken, bedrijven en het pensioen versterken en de allerlaagste pensioenen boven de armoedegrens trekken. Daarnaast verhoogt de partij de minimumpensioenen en de lage pensioenen na een lange effectieve loopbaan. Het resultaat is dat 800.000 gepensioneerden samen 900 miljoen euro extra pensioen krijgen of per gepensioneerde gemiddeld 1.125 euro.

“Net zoals de taxshift voor wie werkt, verhogen we nu de pensioenen voor wie gewerkt heeft. We gebruiken daarbij dezelfde filosofie, de laagste lonen zijn het meest vooruit gegaan, dat doen we nu ook met de pensioenen. Wij schrijven onze voorstellen voor het Planbureau in zwarte inkt, zonder belastingverhoging”, maakt N-VA zich sterk.

Lage en bescheiden pensioenen
De N-VA zet met haar pensioenmaatregelen in op de zeer lage en de bescheiden pensioenen onder de 1.500 euro. Dit gebeurt door een drietrapsraket. Eerst wordt de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) verhoogd tot de armoedegrens. Voor alleenstaanden is dit een verhoging met 7,2 procent tot 1.198,60 euro per maand (+963 euro per jaar), voor samenwonenden is dit een verhoging met 20,6 procent tot 898,95 euro per maand (+1.840 euro per jaar). N-VA koppelt hieraan een verblijfsvoorwaarde: om in aanmerking te komen voor een IGO moet men minstens 10 jaar in België verblijven, waarvan 5 jaar ononderbroken. Het bedrag wordt voor de nieuwe instroom pro rata de verblijfsduur toegekend (volledig bedrag bij een verblijfsduur van 40 jaar).

In de tweede plaats verhoogt N-VA de minimumpensioenen voor werknemers en zelfstandigen in 2021 en in 2023 met 1,5 procent boven op de welvaartsenveloppe, wat neerkomt op zo’n 8 procent meer in 2024 ten opzichte van 2019. Hierdoor komt het minimumpensioen voor alleenstaanden met een volledige loopbaan van 45 jaar, inclusief gelijkgestelde periodes, in 2023 10 procent boven de huidige armoedegrens te liggen (zo’n 1.320 euro per maand). Het minimumpensioen van ambtenaren ligt al meer dan 10 procent boven de huidige armoedegrens en valt dus buiten deze maatregel.

Minstens 35 jaar loopbaan
Ten derde worden de pensioenen onder de 1.500 euro in 2021 en 2023 telkens met 2,5 procent verhoogd voor gepensioneerden met een lange effectieve loopbaan. Dat betekent een verhoging van 5 procent tegen 2024. Het gaat om gepensioneerden met een effectieve loopbaan van minstens 35 jaar, waarbij zorgmotief en ziekte meetellen, maar periodes van werkloosheid en SWT niet. “We leggen dus bij deze maatregel een strengere loopbaanvoorwaarde op dan bij de vorige maatregel. Een gepensioneerde met een minimumpensioen dat reeds dankzij de vorige maatregel verhoogd is, kan dus ook in aanmerking komen voor deze verhoging, als hij voldoet aan de lange effectieve loopbaanvoorwaarde”, luidt het.

De verhoging van de pensioenen tot de armoedegrens kost 102 miljoen per jaar en komt 104.000 gepensioneerden ten goede, de verhoging van de minimumpensioenen 637 miljoen, waarvan 414 miljoen uit de welvaartsenveloppe, voor 644.000 gepensioneerden en de verhoging van de laagste pensioenen met een lange effectieve loopbaan 139 miljoen voor 93.000 gepensioneerden.