Zijn politici nu voor of tegen een kilometerheffing?

De kilometerheffing komt er niet, ofwel wordt ze compleet nutteloos. De voorwaarden die de regeringspartijen stellen om ermee door te gaan, klinken steeds luider, met als voornaamste standpunt: dat de pendelaar er niet voor mag opdraaien. Maar dan heeft de heffing volgens experts geen zin.

Vorige zomer kwam de Vlaamse regering overeen om de reguliere verkeersbelastingen op termijn in te ruilen voor een systeem van rekeningrijden. Daarbij word je belast per kilometer, afhankelijk van het moment waarop je rijdt. Maar de voorwaarden die elke regeringspartij stelt om daar ook echt werk van te maken, maken zo’n heffing in de praktijk quasi onmogelijk.

Open Vld wil niet dat 'de hardwerkende Vlaming' ervoor opdraait. “Wij zeggen nee tegen een platte belastingverhoging”, aldus voorzitster Gwendolyn Rutten vorige week. Dit weekend zette ook N-VA de bocht in. “Mensen die gaan werken en veel met de auto rijden, of die afgelegen wonen, moeten zich geen zorgen maken”, zei voorzitter Bart De Wever.

Alternatieven
Maar als je pendelaars niet massaal uit hun auto krijgt, dreigen de files amper te krimpen. En “impact op de files” is dan weer één van de voorwaarden die mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA) stelde om de heffing in te voeren. CD&V blijft naar eigen zeggen voorstander, maar alleen “als er genoeg alternatieven zijn voor de auto” - wat op dit moment ook nog niet geval is.

De switch moet budgetneutraal zijn, benadrukken de partijen - zo staat het ook in het regeerakkoord. “Maar dat wordt fout geïnterpreteerd”, zegt mobiliteitseconoom Thierry Vanelslander (UAntwerpen). “Ze moet budgetneutraal zijn voor de overheid, niét voor de belastingbetaler. Wie in de spits op de snelweg rijdt, zal meer betalen.”

De Vlaamse regering weet dat. En ze weet dat een heffing van 2 tot 5 cent per kilometer veel te laag is. De conclusie lijkt dan ook simpel: ofwel komt de heffing er niet, ofwel heeft ze geen impact op ons rijgedrag.