Canadees die vastgereden voortvluchtige moordenaars hielp: “Mijn groot hart had mijn dood kunnen betekenen”

Tommy Ste-Croix besefte helemaal niet wie hij de hand schudde nadat hij twee tieners met hun vastgelopen wagen had geholpen. “Mijn groot hart had mijn dood kunnen betekenen”, schreef hij op Facebook toen hij doorhad dat hij te maken had met de twee van moord verdachte jonge Canadezen.

Volgens Tommy Ste-Croix uit Cold Lake in Alberta hadden de voortvluchtige Kam McLeod (19) en Bryer Schmegelsky (18) “zachte babyhandjes”. De man kan naar eigen zeggen niet geloven dat die twee in staat zouden zijn tot moord. “Ze kunnen niet eens een deftige handdruk geven”, aldus Ste-Croix op Facebook.

De Canadees liep McLeod en Schmegelsky tegen het lijf op zondag 21 juli, toen hun Toyota RAV4 vastzat in de modder achter het ziekenhuis in Cold Lake. Ste-Croix besloot hen te helpen en trok de SUV die zondagochtend rond 11 uur vrij. De twee tieners hadden zich aan hem voorgesteld met hun echte namen en zagen er volgens Ste-Croix nog altijd uit zoals op de nadien verspreide foto’s. Ste-Croix grapte over hun situatie: “Daar zullen mama en papa niet mee kunnen lachen”. Een van hen antwoordde: “Nee, mama en papa zeiden dat ik op een lange joyride moest gaan”. Alle drie lachten ze.

Op die 21ste juli was het duo uit Vancouver Island nog als vermist opgegeven en werden ze niet verdacht van de moord op een jong koppel en op een botanist van middelbare leeftijd. Die beschuldiging kwam pas twee dagen later.

“Een schot in de rug en het zou gedaan geweest zijn met mij”, besefte Tommy Ste-Croix toen hij begreep wie hij uit de nood had geholpen. Ze hadden er makkelijk vandoor kunnen gaan met zijn truck. “Ik had een goede bewaarengel”, meent Ste-Croix nu. 

De hele ontmoeting duurde een twintigtal minuten. McLeod, met zijn “ruige baard”, kroop daarna achter het stuur. Schmegelsky beschreef Ste-Croix als “een lange, magere kerel”. Ste-Croix had de indruk dat de twee “bang” waren: “Er was iets niet juist met die gasten.” Pas achteraf viel de puzzel voor hem in elkaar.

McLeod en Schmegelsky reden met de Toyota 1.500 kilometer in noordoostelijke richting. Op 23 juli werd de SUV gevonden in Gillam (Manitoba). Het voertuig lag in een gracht, waar het helemaal uitbrandde. Van de twee voortvluchtigen verder geen spoor. Waarschijnlijk vluchtten ze te voet weg in de wildernis. 

De twee zouden afgelopen zondag honderd kilometer verder opnieuw gezien zijn aan een vuilnisbelt bij York Landing, maar een grote zoektocht daar leverde niks op.